Vooruitblikken op de Rolex Commodores' Cup 2006

Op 13 & 14 mei strijden wellicht enkele Belgische zeilschepen in de Westerscheldemonding enkele inshore-races in de hoop zich een plek te zeilen in de Belgische selectie voor de nu al prestigieus te noemen Commodore’s Cup, die van 25 juni tot 2 juli in de Solent vanuit Cowes gezeild wordt. Een week later worden de Belgische selectiewedstrijden afgesloten met de Commodore Lambertsrace van Breskens naar Oostende, om de gegadigden te testen op hun offshore-kennis. Hopelijk eindigt het voor niemand op het dammetje bij de veerhaven van Breskens, of strooit de wind geen roet in het eten zoals twee jaar geleden, toen de selectie beslist werd door 1 slag in weinig tot geen wind.

Over de selectieprocedure zijn al vele zinnige en onzinnige dingen gezegd en geschreven, laat ons daarom eens even kijken wat er te selecteren valt... De Commodores' Cup is een wedstrijd voor ‘amateurzeilers’, en gebaseerd op ‘landenteams’ (in 2004 vaarde de OXYGEN in een op het laatste moment samengeraapt ‘Europees’ team, dus de term ‘land’ is rekbaar). Elk land mag 3 boten afvaardigen: een grote IRC-boot (rating tussen 1.105 - 1.320), een middenboot (IRC-rating tussen 1.040 - 1.104) en tenslotte nog een kleine boot (IRC gemeten tussen 0.980 - 1.039). In een klein zeilland als Ierland worden geen selecties gehouden: daar is op initiatief van enkele eigenaars al in de herfst van 2005 een team gevormd. Dat laat hen toe om zich als team voor te bereiden, zeiltests te doen, bemanningen te selecteren, oefenwedstrijden te varen. Om je een idee te geven: team Ireland 1 bestaat uit een nagelnieuwe Ker 50, een eveneens pas te water gelaten Ker 37 en een één jaar oude Corby 35 die in 2005 Brits IRC-kampioen werd. Geen klein bier... In februari geraakte bekend dat er een tweede team komt, bestaande uit een één jaar oude Mills 40, een nieuwe Corby 37 en een al iets oudere maar niet minder snelle J-109. Allen stuk voor stuk boten die specifiek voor IRC gebouwd zijn (op die J-109 na, maar die heeft zijn degelijkheid al genoeg bewezen).

In landen waar er een pak gegadigden zijn (Engeland, Frankrijk) worden er heuse selectiewedstrijden gevaren. In Engeland zijn er begin mei twee weekends op de Solent voorzien met inshore races voorzien (thuisvoordeel zullen we zeggen), en op 12 mei tenslotte de De Guingand Bowl Race, een RORC-klassieker. Als selectie mag dat tellen. De Britten hebben de intentie om méér dan twee teams af te vaardigen, en hoogstwaarschijnlijk zal er ook een Schots team bijzitten (dat is goed voor de sfeer). De Fransen hebben sinds enige jaren een ‘coach’, Géry Trentesaux (ook bij ons bekend), die er met zijn manager-ervaring en strakke hand voor zorgt dat er vier (ja, 4!!) Franse teams aan de startlijn komen, en niet individuele Franse schepen, zoals in de tijd van de Admirals Cup al eens voorkwam: ‘team-spirit’ is pas sinds kort een in Franse zeilmiddens geïntroduceerd begrip. De Franse kandidaten zeilen de Spi-Ouest, de Obelix Trophy en de IRC Nationals op de Solent als selectie. Vooral dit laatste is opmerkelijk: de Fransen die op Engels water gaan beslissen wie er in aanmerking komt voor één van de teams...

"En bij ons?"

Meestal wordt het dan even stil, dus waarom zou dat dan nu anders zijn. In de grote klasse vaart er in België slechts één boot rond die in aanmerking komt: de MOANA (toch al aan haar derde Commodore’s Cup toe). Voor andere kleppers zoals de met Belgische meetbrief rondvarende KRITER 5 of de SECOND LOVE (de boot met de leuke sexxxors spi) is er helaas geen plaats in het Belgische team...
De LA PROMESSE is verkocht aan een Nederlander, en Michel Kleinjans zal eens lachen als we hem vragen of zijn ROARING FORTY Commodore’s Cup-aspiraties heeft. Als solo-zeiler of met een duo-bemanning misschien ja... Dan is er nog de interessante ALLARD (Sydney 39), maar zij lijkt volgens haar kalender geen aanstalten te maken om aan de selecties mee te doen. Met haar rating van 1.109 zou ze nochtans als ‘Class-1’-boot in aanmerking komen. En bovendien is het een vrij recent schip, dat goed meekan in IRC. Spijtig voor de ALLARD strooide mastproblemen roet in hun Spi-Ouest dromen, want dat had daar best een interessante waardemeter kunnen worden met landgenoten MOANA en OXYGEN. Laat ons ervan uitgaan dat de MOANA-boys onz edriekleur gaan verdedigen in Cowes. En dat ze niet bij voorbaat kansloos is. Laat dat duidelijk zijn.

Voor een Class-3 schip wordt het weer interessant: daar zijn er enkele potentiële kandidaten, maar of er iets uit gaat komen, dat blijft de vraag: een J-109 zou wat scheepstype betreft niet slecht zijn, maar het lijkt twijfelachtig dat de mooie joker-spi van de JULIETTE in de Solent te zien zal zijn. Het schip heeft de voorbije jaren in de Belgische wedstrijden al weinig brokken gemaakt, daar zou ik mijn geld al niet op verwedden. De DIABOLIC, een Sun Fast 35, heeft een rating die wel in deze klasse past, maar is deze boot niet al iets te oud van concept om in een competitief veld mee te kunnen? Ze zou in de Solent flink om de oren krijgen van het nieuw IRC-geweld à la A35, JPK 9.60 en First 34.7. En laat het nu net dit laatste type schip zijn waarop Philip Bergmans en zijn ploeg al maanden op wachten, in de hoop aan de selectiewedstrijden te kunnen meedoen. De 34.7 verkoopt erg goed, maar de productie kan de vraag niet echt volgen. Kwatongen beweren dat Bénéteau voor de Commodore’s Cup liever enkel 34.7s in Franse teams ziet meevaren, dan in buitenlandse teams... Het team van Bergmans wil zeker naar Cowes. Probleem is dat ze gezien ze nog steeds zonder boot zitten, voor de selecties een 34.7 zullen moeten huren (de Franse markt kreeg voorrang bij de leveringen...). Maar... mag je de selecties varen met één boot, en dan de Commodore’s Cup meedoen met een ander? Vraagje voor sectie Zeezeilen van het Koninklijk Belgisch Yachting Verbond... Groter probleem is de erg krappe voorbereidingstijd, waardoor de kans op succes in Cowes weer erg gering wordt, net nu er eens een interessant nieuw schip in ons team kan zitten. Heeft het wel zin om zonder degelijke voorbereiding de Commodore’s Cup te gaan varen? ‘La critique est aisée’ en de beste stuurlui staan nog steeds aan de wal, maar het is ieders recht om de nodige vraagtekens te plaatsen bij zulks een aanpak. Zit de selectieheer hier met een probleem...

Vroeger was onze ‘Class-2’-boot de enige reden om een selectie te rechtvaardigen. Dat ligt nu iets anders. De nieuwe X-35s (LIESL, ARGENTA), hoewel qua rating net in de middenklasse, zijn niet bedoeld om in IRC te zeilen. Dat bewijzen de uitslagen van de Spi-Ouest: het X-fabrieksteam kreeg de Franse A-35s niet klein. Daarenboven organiseert de X-35 eenheidsklassewedstrijden om de AUDI X-35 Cup op de data van zowel onze selectiewedstrijden (hoe durven ze...) als die van de Commodore’s Cup zelf. Dat zegt genoeg over de aanwezigheid van een X-35 in Cowes eind juni: nihil. Nu de oude LIESL verkocht is, blijft er voor de OXYGEN, de IMX-40 van Axel De Cock, nog maar weinig ervaren tegenstand over. De boot heeft echter al haar jaren en is op IRC-technisch gebied ondertussen voorbijgestreefd door recentere ontwerpen. Met een IMX-40 deelnemen impliceert dat je niet alleen een goed op elkaar ingespeelde bemanning moet hebben, die de boot door en door kent, maar ook dat je er op rating-gebied het onderste uit de kan haalt. De Franse MOUSQUETAIRE, de beste IMX-40 in de Spi-Ouest (op een 7de plek), heeft een rating van 1.074, ‘onze’ OXYGEN zit al aan 1.091, en dat verschil in rating tussen twee eigenlijk identieke boten is er één om ‘U’ tegen te zeggen. Op dat vlak lijkt er nog werk aan de winkel.

Welk nut hebben onze selectiewedstrijden dan nog, als het nu al bijna vaststaat dat MOANA, OXYGEN en de nieuwe 34.7 van Philip Bergmans logischerwijze het Belgische team gaan vormen? Ware het niet beter geweest (zoals in Ierland) om al enkele maanden geleden een team te vormen, dat zich op een degelijke manier had kunne voorbereiden? Je kan ook via een andere invalshoek bekijken: hebben wij Belgen wel zeiljachten die de Commodore’s Cup-concurrentie aankunnen? En dan denken we niet aan het niveau van de bemanningen, maar eerder aan goede IRC-schepen. Niet vergeten dat de MOANA en de OXYGEN, hoe goed ze ook gezeild worden, relatief oude schepen zijn in het IRC-wedstrijdveld.

Of mogen we vooralsnog verrassingen noteren? Zou een Belgisch schipper het lumineuze idee hebben gehad om een IMX-45 in te huren en het Clubracer-team aan het werk te zetten? Heeft een onverlaat een nieuwe Archambault A-35 gekocht, een boot die dit jaar in zijn categorie zo goed als zeker alle tegenstand op een IRC-hoopje zal varen? Gaat er nog een schipper durven om zijn stilaan stokoude 40.7 in de strijd te gooien? En bij mijn weten is de nieuwe ROARK (de Grand Soleil 43 die de Spi Ouest won bij de grote jongens) al in een Nederlands team opgenomen. Zou misschien een Bressiaanse SJ 320 (toch ook een recent, leuk en snel scheepje) een Belgische gok wagen?

Wat ook het resultaat zal zijn van de selectiewedstrijden... als er van selectie al sprake zal zijn, we gaan het in Cowes niet onder de markt hebben: nu al stromen de inschrijvingen binnen. Met bijna zo goed als zeker 4 Franse, 3 Ierse, 3 Engelse en 2 Nederlandse teams, aangevuld met een Oosteuropees team, en wellicht ook ééntje uit Malta en 1 uit IMS-land Italië, is de Commodore’s Cup goed op weg om de plaats in te nemen van de oude Admiral’s Cup. En in welk jaar heeft heeft een Belgisch team ooit de Admirals Cup gewonnen? Juist ja. L’histoire se répète.

Met sportieve groeten,
het ClubRacer redactie team

Rolex Commodores' Cup

Auteur:

  • Een correspondent

    Dit bericht werd geplaatst door een ClubRacer correspondent. Deze wordt aangestuurd door de hoofd- en eindredacteur die een groep, al dan niet vrijwillige of freelance correspondenten aanstuurt voor nationale en internationale verslaggeving van zeilwedstrijden.

Comments

Voor u geselecteerd: