Wolphaartsdijkse winterwedstrijd

Wolphaartsdijks winterwedstrijdWe schrijven zondag 9 maart, 12u00. Met nog 10 minuten te gaan voor de start van de B-klasse vraagt de schipper bij het zien van de helling van zijn bootje aan de wind en van de donkere bui die zich aankondigt, vertwijfeld of we er niet beter aan doen om een reefje in het grootzeil te steken. Niemand rondom ons doet dat of maakt ook maar aanstalten om dat te doen, daarom houden we het voorlopig nog op vol grootzeil en kleine fok. De URIA, een Eyghtene van 24 voetjes lang, zoekt een weg naar de startlijn, en enkele momenten later zijn we op weg voor de voorlaatste race van de Wolphaartsdijkse winterwedstrijden.

Net zoals de spanning van bij de start afneemt, zo houdt ook de wind het stilaan voor bekeken. De waterlijnlengte van de Dehler 31 die ons bij de start nog te snel af was, helpt deze niet meer vooruit. De kleine keerfok vooraan levert niet genoeg PK’s meer. Na amper 10 minuten zeilen luidt de vraag nu: “We hebben de grote genua toch bij hé, schipper?” Enkele tellen later gaat de grote genua, voor de eerste keer sinds lang, via het voorstagprofiel de lucht in. Het werd tijd want er staat nu nog amper 5 knopen wind. De URIA schiet weer vooruit en de koplopers worden groter en groter.

Koud en regen

En dan die regen. Vooral die regen... Nat. Koud. Doorweekte handschoenen. Onbeweeglijk stilzitten om de luttele knopen snelheid te behouden. Ijskoude teen- en vingerkootjes... Een geluk dat we elk om beurt 10 minuten lang even binnenin de boot kunnen verpozen. Wanneer het mijn beurt is, valt mijn oog op de goedgevulde ijskast: bij zulk een koud weer zal een hartverwarmertje zo af en toe geen kwaad kunnen zeker? Overigens: het is algemeen geweten dat ‘een jonge’ op tijd en stond het opkruisen er alleen maar aangenamer op maakt. Een eerste rondje gaat als voorbereiding door de kuip en zie, we lopen al gauw de koplopers in.

Nog een rondje. Met één goede slag liggen we op kop. Dat gaat lekker. Net wanneer de bemanning met vertwijfelde blikken naar de lege glazen kijkt, brengt een afgrijselijk gebiep ons even terug naar de realiteit. Met een zachte ‘hoppekee’ zet de URIA zich even op een ondiepte. En hier doet de ‘jonge’ weer van zich spreken: met gezwind gemak gaat de hele handel vlotjes overstag, en glijden we weer diepere wateren in.

Tijd voor de rest van de ijskast. Bemanningslid nummer twee (wiens naam we niet vernoemen of hij komt thuis nog in de problemen) merkt dat er genoeg ingrediënten zijn om een snelle zeilershap te bereiden. Het vierpits-kooktoestel met bijhorende oven en de uitgebreide pannenset aan boord van de URIA komen onze gerenommeerde (vinden we zelf) chef-kok goed van pas: in-no-time krijgen de verkleumde zeilers op het achterdek een servet rond de hals, borden met heerlijk dampende minestrone van vers gesneden groenten gaan rond, en een eerste fles ‘grand cru classé’ wordt uitgeschonken. Winterzeilen? Meer moet dat niet zijn.

Onverwachte ondieptes

Even wachten op een overstagmaneuver (de op het dek gemonteerde en goed geoliede lieren ratelen dat het een lieve lust is) en we zijn klaar voor de volgende gang: enkele tellen later verblijdt een heerlijke zalm ‘en papillotte’ zoals enkel ons moeder die kan maken de bemanning wiens magen een licht geknor van niet te temperen enthousiasme maar amper kunnen onderdrukken. Zoals het hoort aan goede tafels wordt de maaltijd vergezeld door een volgens de etiquette gepresenteerde fris gefruit en ijsgekoeld wit wijntje. De château doet er niet toe.

Na een klein boertje (we zijn voldaan, dankuwel) en een vluchtige blik rondom ons om ons ervan te vergewissen dat niemand het gehoord heeft, zien we in de verte dat een andere bemanning ook van ‘de jonge’ geproefd heeft en eveneens vlot van een ondiepte afschuift. Ja wat moet je anders met zo’n weer?

Intussen staat er nog minder wind en zijn we net een schip dat in de A-klasse vaart, voorbijgelopen. ‘We’ is veel gezegd, want de schipper, koud en verkleumd, zeilde intussen zijn schip alleen voort: de drie bemanningsleden liggen intussen languit op de blauwpluchen zetels vanhet salon een dikke sigaar te roken om de maaltijd waardig af te ronden. “Euh”, klinkt het dan plots terwijl de schipper zijn hoofd door het luik naar binnen steekt, “ik denk dat er nog wat beslag voor pannenkoeken moet zijn...” Plots veren we alledrie binnen recht: “Pannenkoeken?! Waarom zei je dat niet eerder??”

Eindelijk de keerton

De sigaren worden zorgvuldig aan de kant gelegd en diep in een lade vinden we de koekenpan terug. Het vuur mocht weer aan, en enkele tellen later geurde de URIA naar warme smeuiige pannenkoeken, met choco, suiker of confituur naar keuze. Na een geniale inval van iemand wiens naam we hier ook niet zullen vernoemen, werd een fles Grand Marnier tevoorschijn getoverd, en de eerste ‘crêpe flambée’ werd plechtig aan de schipper overhandigd. Die was wel erg blij en zeer vereerd dat we toch zo attentvol aan hem dachten. Wist hij veel dat de eerste pannenkoek steeds mislukt en dat de volgende veel lekkerder zijn... Ach kom, ne mens is rap content, nietwaar...

Stilaan komt de keerton bij Oranjeplaat in zicht. Achter ons ontwaren we in de verte een wit zeil waarvan we vermoeden dat het de eerste achtervolger moet zijn. Gezien de tegenwind en de grote afstand kunnen we niet ruiken wat de keuken daar te bieden heeft. Straks toch maar eens langs de neus weg informeren... Tijdens de laatste slag richting boei vinden we onder de berg afwas toch nog de blauwe zak waar ‘spi’ op staat. Met vereende krachten schiett de spi bij het ronden van de ton de hoogte in, in bedwang gehouden door twee flinterdunnen schoten. Met de enkele nog aanwezige zuchten wind vult het bolle zeil zich en zachtjes glijden we terug naar Wolphaartsdijk, weliswaar een berg afwas tegemoet, maar toch zo voldaan van weer een dagje typisch winterzeilen.

Spijtig dat het op 13 april al de laatste wedstrijd is. Als u nog mee wil komen genieten: u bent gewaarschuwd...

Alle uitslagen staan op www.wsvw.com

Auteur:

  • entityone

Comments

Voor u geselecteerd: