Robert R. Jacobson: “Mini Transat 2013 was de meest dramatische ooit”

Robert R. JacobsonRobert R. Jacobson is met zijn 59 jaar de oudste en enige Nederlander die deelnam aan wat hij zelf de meest dramatische Mini Transat ooit noemt. ClubRacer had een indringend gesprek met hem en stond versteld van de barre omstandigheden en de buitensporige situaties die Robert te verduren kreeg. Dat er dit jaar geen doden vielen noemt Robert een wonder. Hij voorspelt een rampzalige volgende editie als er fundamenteel niets verandert bij de kwalificatie, de opzet en het organiseren van de race.

De Mini Transat Race
Mini Transat 6.50, ook wel bekend als de Transat 650 is een 2 jaarlijkse solo trans-Atlantische zeilrace die begint in Frankrijk en eindigt in Brazilië of Guadeloupe. De meer dan 4000 mijl durende race wordt gevaren met de Mini 65O. Het ontwerp wordt gecontroleerd door de Mini klasse organisatie en door de specificaties van de mini Transat 650 open design regels. Het jacht is 6,5 m lang en 3,0 m breed. Het is dan ook de kleinste Trans Ocean Race klasse

Robert wou ClubRacer te woord staan omdat hij verbaasd is over het feit dat niemand in Nederland of België enig idee schijnt te hebben van de extreem zware omstandigheden en de grote schade die er geleden is tijdens de voorbije Mini Transat.

ClubRacer: Is het een bepaalde bezorgdheid of vrees dat je deed besluiten om naar de pers te stappen?

De kloof tussen de extreme sport enerzijds en de sympathieke opzet anderzijds is ontzettend groot en ook gevaarlijk. Bovendien zijn er een aantal praktische dingen die de race zeer moeilijk te plannen en te controleren maken. Het verschil in snelheid tussen de eerste en de laatste boot is enorm, het zeilniveau van de deelnemers is zeer uiteenlopend, het deelnemersveld groot.

De formule “klein ontwerp, grote race afstand” spreekt tot de verbeelding en trekt veel avonturiers aan van over heel de wereld. De organisatie bestaat uit enthousiaste vrijwilligers die veel tijd investeren in het organiseren van de race. De combinatie jonge avonturiers en vrijwillige amateurs schept een grote onderlinge verbondenheid maar houdt eveneens een aanzienlijk risico in. De organisatie is enthousiast en van goede wil maar kan door gebrek aan tijd en professionele ervaring niet het nodige gezag aan de dag leggen.

ClubRacer: Wat betekent dit concreet? Hoe manifesteert dit probleem zich tijdens de race?

Op 12 oktober 2013 is door de organisatie een racebijeenkomst georganiseerd. Er werd voorgesteld onmiddellijk te vertrekken om het bewuste weather window mee te pikken dat ons naar de Canarische eilanden zou voeren.
Er werd door de organisatie gevraagd wie er nog niet klaar was. Hallo? Je bent nòòit klaar met een mini! De boodschap had moeten zijn: Jullie mòeten nù weg!
De organisatie heeft een communicatieprobleem. Zo’n structuur moet bòven de deelnemers staan en niet naast hen.

De Mini Transat 2013 werd mede daardoor een drama. 40% van de deelnemers is niet aangekomen, 20 boten zijn gezonken of op de rotsen geëindigd en 5 schippers zijn bijna verdronken. Dat is gewoon niet acceptabel, er zijn maatregelen nodig.

Vincent Busnel op de rotsen van LanzaroteVincent Busnel op de rotsen van Lanzarote

Deze cijfers zijn niet terug te vinden op de website. Transparantie ontbreekt.
Enerzijds is dit begrijpelijk. Men wil familieleden en verzekeringsmaatschappijen niet nodeloos alarmeren en het voortbestaan van de race niet in gevaar brengen. Anderzijds mag dit geen reden zijn om de risico’s te laten escaleren. Ik ben bang dat de lessen die uit de Mini Transat 2013 getrokken moeten worden aan iedereen voorbij gaan. Dat zou dramatische gevolgen kunnen hebben tijdens de volgende editie.

ClubRacer: Heb je dan een een mogelijke oplossing of een concreet voorstel voor de organisatoren van de Mini Transat?

Als we de persoonlijke en materiele risico’s willen indammen dan is het belangrijk dat we ons realiseren dat deze zeer extreme sport hand in hand gaat met avonturisme. Dit vraagt om een professionele leiding, begeleiding en organisatie.

Er moeten hogere kwalificatie normen komen om te mogen meedoen met de Mini Transat. Ik ben voorstander van een soort competentie-code. Kennis en kunde zijn belangrijk maar vooral attitude zou van doorslaggevend belang moeten zijn bij de selectie van deelnemers. Alles draait om zeemanschap.

ClubRacer: Hoe ga je zeemanschap meten?

Dat is heel moeilijk. Zeemanschap gaat over self-sensoring, over ervaring en flexibiliteit. Zeemanschap gaat nìet over details en nìet over techniek maar wèl over jezelf. Zeemanschap gaat over overzicht en inzicht hebben in systemen. Het gaat over plan B, C en D. Ik ken mensen die 70 pagina’s met windinformatie hebben afgeprint voor hun vertrek. Dan weet ik nog vòòr de race begonnen is; dit loopt mis.

Zelfmanagement, crisismanagement, verbanden leren zien, niet in paniek raken, dààr draait het om. Er zijn drie à vier fases die niet worden opgelost alvorens een situatie definitief misgaat. Men moet oorzaak en gevolg direct kunnen detecteren, het probleem oplossen en niet de symptomen. Dit besef is heel belangrijk.

ClubRacer: Heeft de organisatie dan totaal geen benul van het feit dat sommige deelnemers niet geschikt zijn voor de race?

Jawel maar ze gaan uit van het principe dat, zolang deze deelnemers geen gevaar vormen voor zichzelf en voor het voortbestaan van de klasse, ze mogen meedoen.
Organisatorische verbetering zit ‘m in de structuur en de professionalisering. In het aanscherpen van de kwalificatienormen waarbij potentiële deelnemers eventueel kunnen geweigerd worden. De Fransen vinden dat de race voor iedereen toegankelijk moet zijn. Ze zijn van mening dat deelnemen een kwestie van eigen verantwoordelijkheid is.

Robert R. JacobsonClubRacer: Hoe verliep de race voor jou?

Ik ben zowel fysiek als mentaal zwaar in het rood gegaan. De race was zéér extreem. Ik heb in 2009 en 2011 ook meegedaan met de Mini Transat en ik weet dat ik goed presteer in extreme omstandigheden. Deze keer ben ik echter mezelf ernstig tegengekomen.

Al van vòòr Finistère waaide het tussen de 35 en 45 knopen met golven van 4 à 5 meter hoog. Ik ben in situaties terecht gekomen waarvan ik dacht: Nu wèèt ik het niet meer, ik wèèt niet meer wat ik nu moet doen, ik heb geluk nodig, een momentje van chance, anders komen wij* er niet. Dat is zeer confronterend.

Ik heb twee maal een hongerklop gehad omdat ik 8000 kcal per dag verbruikte. Zo’n verbruik kan je door normaal te eten niet meer aanvullen. Bij een hongerklop blokkeer je volledig, je kan niets meer doen.

We* zijn 11 plaatsen verloren omdat ik een inschattingsfout maakte over een elektriciteitsprobleem dat er niet was. Uitgeput door slaapgebrek en honger ben ik binnengelopen op Tenerife en daardoor ben ik achteraf in een slecht weersysteem terecht gekomen.

Voor het eerst in mijn leven heb ik ècht angst gehad. Ik ben langdurig voorbij de grenzen van mijn fysieke kunnen gegaan. De wind die ik meegemaakt heb was abnormaal agressief. Squals die maar blèven aanhouden, tot 50 knopen wind. Dat was niet normaal voor de tijd van het jaar. Het klopte gewoon niet, die dagenlang durende agressie van de wind. Vooral het niet-begrijpen maakte de situatie extreem angstaanjagend. Mijn grootse vrees ging uit naar mijn schip. Ik wilde mijn schip niet verliezen.

ClubRacer: Wat is je doelstelling eigenlijk? Wat bezielt je om zo’n extreme omstandigheden op te zoeken?

Dat weet ik eigenlijk niet (lacht). Ik heb geen kwetsbaar ego maar ik vind het wel leuk om een prestatie neer te zetten. Bovendien spreekt de Franse benadering van zeilen mij meer aan dan de Nederlandse. In Nederland is het criterium maar al te vaak; valt er geld te verdienen of niet? Nederlanders oordelen en veroordelen te snel. Als solo zeiler krijgt je meteen een etiquette opgeplakt als individualist. Teams-met-veel-geld-campagnes, dàt zijn de echte zeilhelden in Nederland.

In Frankrijk staat de beleving centraal. Hun focus ligt op het avontuur, op de relaties, op de onderneming zelf, niet op de uiterlijkheden en de nieuwe zeilen van North.
Je wordt als een held uitgewuifd als je vertrekt. Het publiek vertrouwt je als het ware aan de zee toe. Iedereen is er oprecht begaan met de zeilsport. De bakker, de slager om de hoek, ze weten allemaal waar je mee bezig bent. Dat is fantastisch.

Robert R. JacobsonClubRacer: Wat raad je een beginnende Mini Transat zeiler aan?

Vergeet Nederland. Je hebt hier niets aan de bestaande organisaties. Als beginnende Mini Transat zeiler moet je naar Frankrijk gaan. Alle knowhow is er beschikbaar. De kunst is alleen; Hoe krijg je deze vakkennis ingezet voor jou? Voor de rest. Ga zeilen. Ga elke dag het water op. Leer onder alle omstandigheden je schip en de risico’s te beheersen.

ClubRacer: Heb je nog zin in een volgende Mini Transat of ben je compleet afgeknapt?

Ik zal nooit het mini zeilen achter me laten. De Pogo 2 is een heel veilig en snel schip. De class mini community en de mini formule zijn uniek in de oceaan racerij, er is geen alternatief. Een pogo 3 of een class 40 spreekt mij ook aan maar dan met een goede sponsor.

Succes

* Tijdens het interview speekt Robert de hele tijd in de meervoudsvorm. Wij is, hij en zijn schip. Mooi.

Interview en tekst door Kathleen Rutten (Kat) en Eddy Lekens (Ice)

Auteur:

  • Kat

    Kathleen Rutten studeerde film- en videokunsten, digital content & journalism aan de Artevelde Hogeschool en is online redacteur bij het Mediahuis. Zeilt van kindsbeen af en is gepassioneerd wedstrijdzeiler sinds 1984.

Comments

Voor u geselecteerd: