Team Brunel rookies

Team Brunel rookiesEind augustus zette Team Brunel vanuit Lanzarote koers naar de Volvo Ocean Race startplaats Alicante, waar het team over een dikke maand start in de zwaarste zeilrace ter wereld. Bekend terrein voor een aantal, een sprong in het diepe voor een tweetal.

“Van Tarifa naar Tanger in 35 minuten,” staat er levensgroot op de veerboot die ons op nog geen honderd meter passeert. Dikke zwarte rookpluimen uit de schoorsteen verraden dat de veerbootkapitein deze belofte aan zijn passagiers ook wil inlossen. De Nederlandse Volvo Ocean Race-boot slingert wild heen en weer op de gigantische boeg- en hekgolf van de fastferry. Op de golven van de veerboot na is het water in de Straat van Gibraltar spiegelglad. Na twee dagen non stop tegen de wind in rammen, zijn de mannen van schipper Bouwe Bekking letterlijk en figuurlijk in rustiger vaarwater terecht gekomen.

Rokas Milevičius heeft een grote grijns op zijn gezicht. “Mannen als Bouwe, Laurent en Pablo zijn echt helden voor mij,” zegt de gespierde Litouwer terwijl hij de zwart gele VO65 geconcentreerd tussen de vele voor anker liggende zeeschepen manoeuvreert. “De Volvo Ocean Race was een ver van mijn bed show. Aanvankelijk zou ik dit jaar training geven in de Laser, een kleine open zeilboot. En nu sta ik hier”.

“Kijk dolfijnen,” roept Bouwe Bekking plots. Een groep dartelende tuimelaars begroet de Brunel speels door mee op te zwemmen. De routinier die straks voor de zevende keer de wereld rond gaat zeilen, maakt op het voordek fanatiek foto’s voor z’n gezin. De sierlijke beesten genieten met volle teugen van onze boeggolf. De grote mannen aan dek genieten. “Of ze in Litouwen ook dolfijnen hebben? Ja drie stuks, in het dolfinarium,” schatert Milevičius.

Onderdeks ligt Louis Belcaen onrustig in z’n bed. Terwijl boven hem Gerd-Jan Poortman met open mond ligt te ronken, kan de 25-jarige zeiler met moeite in slaap komen. “Zoveel afleiding,” zegt de rookie glunderend. “Ik kan nog steeds niet geloven dat ik onderdeel mag zijn van dit team.’’ Boven zijn hoofd draait een plastic ventilatortje overuren. “Ik zou niet zonder kunnen, hij staat bij mij altijd op vol vermogen aan,” lacht de Belg die zich nog maar eens omdraait.Belcaen staakt z’n gevecht om in slaap te vallen en stort zich in het keukentje op een zak stronautenvoer. Een ketel kokend water brengt de zak poeder tot leven. “Pasta Fungi, mijn favoriet”.

“Die jongens moeten het gewoon ondergaan” zegt Bouwe Bekking. “Mijn eerste keer was geweldig! Ze moeten vooral genieten!” Bekking oogt tevreden vlak voor de start van de race. “Tijdens deze training let ik op zaken als, hoe gaat het samenwerken, maar ook wie er het snelst uit zijn bed komt als we aan dek een belangrijke manoeuvre moeten uitvoeren.”De man die zich makkelijker scheert op het achterdek van een carbon raceboot, dan menigeen thuis voor de spiegel, heeft oog voor detail. Van de voeding aan boord tot de samenstelling van de wachten. Niks ontgaat hem. Waarom Arrarte en Pages nooit samen aan dek zijn? Ze zijn beiden zeer actieve en goede trimmers. “Ik heb ze liever om de beurt boven, zodat ik altijd een top trimmer aan dek heb.”

Ondanks dat Bekking nu alweer vijf dagen van huis en haard weg is, weet hij precies het schema van zijn echtgenote uit zijn hoofd. “Mijn vrouw is nu met de auto onderweg van Zweden naar ons huis in Denemarken,” zegt hij met een glimlach op zijn gezicht terwijl hij op zijn horloge kijkt. “Om vijf uur moeten de honden eten hebben. Honden zijn altijd vrolijk en super trouw. En ja, daar heb ik mijn crew ook op geselecteerd.”

Even later steekt navigator Andrew “Capey” Cape zijn hoofd door de kajuitingang naar buiten en mompelt wat instructies door aan stuurman Rokas: “Jongens, we moeten iets dichter langs de kust van Marokko varen.” Uit het niets verraden een hele rij rimpels op het verder vlakke water een snel toenemende wind. De waarden op de windmeter schieten omhoog van 8 naar 20 knopen. Binnen enkele seconden scheren we met een bootsnelheid van 18 knopen over het water. Gerd-Jan Poortman lacht: “Die Capey heeft er nog nooit naast gezeten.”

Inmiddels is Balcaen met een volle maag aan dek verschenen. Tussen het trimmen van de zeilen door vraagt de ervaren Volvo Ocean Race-zeiler Pablo Arrarte de rookies waarom ze zo graag mee willen doen aan de zwaarste zeilrace ter wereld. De antwoorden zijn unaniem: “Avontuur, zeilen en vooral winnen.”

“Jongens vergeet alsjeblieft niet dat er ook momenten zijn dat het niet leuk is,” zegt de Spaanse toptrimmer. “Ook jullie gaan dit meemaken. Vooral als je een paar uurtjes nat in bed hebt gelegen, je het koud hebt en je door de kajuitopening naar buiten kijkt en overal water ziet. Je zult vaak genoeg denken: Ik doe dit nooit meer! Weet je het zeker dat je het wil Louis?” Balcaen knikt en zegt: “Zeker weten”.

Tekst: Robbert-Jan Metselaar

Auteur:

  • Een correspondent

    Dit bericht werd geplaatst door een ClubRacer correspondent. Deze wordt aangestuurd door de hoofd- en eindredacteur die een groep, al dan niet vrijwillige of freelance correspondenten aanstuurt voor nationale en internationale verslaggeving van zeilwedstrijden.

Comments

Voor u geselecteerd: