Hoe maak je een goede start

De start

De start is het moeilijkste onderdeel van elke zeilwedstrijd. Je verknoeit hem snel en wanneer je dit doet mag je er bijna zeker van zijn dat je een slechte wedstrijd hebt. Een goeie start is diegene waarbij je vooraan in het veld zeilt met vrije wind en die je toelaat om 3-4 minuten te zeilen zonder dat iemand je dwingt om overstag te gaan.

Een goede start is soms ook wel 90% van de wedstrijd.

Hoe maak je een goede start?

Het antwoord is helaas niet zo eenvoudig. Om te beginnen hangt het van de persoonlijke ingesteldheid af, hoe vreemd dit ook mag klinken. Voor sommige zeilers is een opperste concentratie, een min of meer van tevoren zich in retraite terugtrekken, de beste manier om zich voor te bereiden op een succesvolle start.

Bij anderen, een overgrote meerderheid zou ik durven zeggen, gaat het er juist om de adrenaline tot grote hoogte op te jagen vlak voor de start. Met rollende ogen en volkomen gespannen naderen zij de startlijn, en dan....., dan gebeurt het. Dan maken ze de start van hun leven.

Bij sommige zeilers is het zelfs een feit dat wanneer er vlak voor de start iets stuk gaat en nog in de laatste minuten voor de start moet worden gerepareerd, dat zij dan onder de druk en opwinding de beste start maken.

Dit is echter een onderwerp waarover iedere stuurman maar eens goed na moet denken, om dan voor zichzelf uit te vinden wat voor hem de beste manier is. Praat er ook over met je bemanning en ben je er uit: zorg dan ook dat zij weten wat voor jou de beste manier is om tot een goede start te komen en laat ze daar aan meewerken door jou te stimuleren om tot de voor jou optimale startomstandigheden te komen.

Praktische uitvoering

Tot zover misschien wat voer voor psychologen met betrekking tot de start. Nu de meer praktische uitvoering er van. Laten we uitgaan van een indewindse start, dit is een van de meest voorkomende. Om te beginnen, wat is de beste plaats op de startlijn? Aan lij, aan loef of ergens in het midden. Dat hangt van een aantal factoren af waarvan ik voorbeelden zal geven.

De beste positie op de startlijn bepalen

Aan de hand van deze voorbeelden en met wat logisch nadenken is voor vrijwel iedere indewindse start de beste positie op de startlijn te bepalen.

De startlijn ligt haaks op de windrichting en het eerste merkteken C ligt recht in de wind. Is er dan een begunstigde zijde op de startlijn. In eerste instantie luidt het antwoord nee. Wanneer we echter wat verder kijken valt er vaak wel een begunstigde zijde aan te wijzen met het oog op de te verwachten ontwikkelingen in de windrichting in bijvoorbeeld het komende half uur.

Om een aantal redenen te noemen die bijvoorbeeld een start aan loef bij het startschip B voordeliger maken:
We hebben het laatste uur voor de start steeds de windrichting gemeten, waarbij bleek dat de windrichting varieerde tussen de 340 graden en de 20 graden. Tussen die richtingen varieerde de wind regelmatig binnen een tijdsbestek van bijvoorbeeld een half uur. Het is een bekend gegeven dat de wind zich boven open vlakten zoals een sinus beweegt. Een kwartier voor de start was de windrichting 340 graden. Op de start is de wind pal noord. We mogen dus aannemen dat de wind het eerstvolgende kwartier verder ruimt naar 20 graden. Het is dus voordelig om direct na de start een korte stuurboord slag te maken en daarna een langere bakboord slag. Een goede reden om aan loef te starten bij het startschip B.

Aan de stuurboord zijde van het eerste kruisrak hangt een natte wolk. Een redelijke kans dat daar meer wind zit en tevens windshifts te verwachten zijn waar je van kunt profiteren. Al weer een goede reden om aan de stuurboord zijde van de startlijn te starten.

Aan de stuurboord zijde van het kruisrak bevindt zich een wal waar zeewind valt te verwachten waardoor je over stuurboord hoog langs de wal kan zeilen. Alweer een goede reden om aan loef te starten en zo gauw mogelijk over stuurboord te gaan liggen.

Je start tegen stroom in. Onder de wal aan stuurboord staat in het ondiepere water minder tegenstroom. ook een goede reden om hoog te starten en zo snel mogelijk over stuurboord de wal in te zeilen.

De stroom staat dwars op de windrichting. Vb. de stroom is 90 graden, dat wil zeggen de stroom komt uit 270 graden. Aan lij starten is nu voordelig, omdat je als de wind er wat uitzakt vrijwel in een keer naar de eerste boei wordt gezet. Start je daarentegen aan loef en maak je eerst een stuurboord slag dan zal het bijzonder moeilijk zijn om als de wind er wat uitzakt op een bakboord slag tegen de stroom in naar de boei te komen. Tevens heeft in deze situatie een start aan lij het volgende voordeel. Je kunt aan lij in een positie gaan liggen zodanig dat je zonder stroom de lijboei nooit zou halen. Dat wil zeggen je krijgt meestal alle ruimte. Door de stroom wordt je vanzelf boven de lijboei gezet terwijl de boten boven je alleen maar tegen de stroom in moeten afvallen. De boten aan stuurboord lopen zelfs een goede kans een indringstart te maken en tegen het startschip B te worden aangezet. Uiteraard gelden alle bovenstaande voorbeelden ook voor omgekeerde omstandigheden, waarbij de andere zijde van de startlijn bevoordeeld is.

Wat nu echter te doen indien geen van bovenstaande bijkomende omstandigheden aanwezig is?

Dan zijn er nog twee redenen voor een bepaalde plaats op de startlijn te bedenken. Ten eerste onder heel stabiele omstandigheden onder invloed van een hogedruk gebied en bij een lang eerste kruisrak. Door de draaiing van de aarde heeft de wind dan de neiging op het noordelijk halfrond in de loop van de dag te ruimen. Het zogenaamde met de zon meedraaien van de wind. Iets wat in sterke mate in het middellandse zeegebied voorkomt, maar ook zeer zeker in onze streken onder invloed van een stabiel hogedruk gebied. Reden dus om aan loef te starten en eerst een lange stuurboord slag te maken. Ten tweede het ontstaan van thermiek c.q. zeewind in de loop van de dag. Stel je start op een warme voorjaarsdag op de Oosterschelde in de loop van de voormiddag bij Zierikzee met een lichte zuidwesten wind. Je moet naar de Roompot via het Groot Vuilbaard. Een goede optie is dan om aan loef te starten en eerst een bakboordslag te maken. Aan de kust zal in de loop van de dag een thermische zeewind ontstaan die in het begin van de middag de Oosterschelde bereikt. Deze zeewind zal waarschijnlijk uit W.N.W. komen (loodrecht op de Noordzeekust) en het eerst onder de westwal van de Oosterschelde doorzetten. Eerst een bakboord klap naar de zeewind toe en dan een stuurboord klap in deze ruimende zeewind is dan een groot voordeel. In de laatste voorbeelden is uitgegaan van een relatief lang eerste kruisrak, iets dat maar in enkele wedstrijden voorkomt.

Natuurlijk hebben we dan ook nog de startlijnen die niet geheel haaks op de windrichting liggen en waarbij de loef- dan wel de lijboei begunstigd is. In dat geval is de keuze niet zo moeilijk. Houdt daarbij echter wel steeds in gedachten dat het aan de begunstigde zijde van de startlijn behoorlijk druk kan worden. Een of twee zeiljachten kunnen daar goed wegkomen en de rest zal elkaar behoorlijk hinderen. Is de startlijn niet al te lang en is het lijnvoordeel niet meer dan een 5 of 10 graden, weeg dan af of het loont je in dat gedrang te begeven of dat je beter een paar meter startvoordeel weg kunt geven en vlak boven of onder de dringende meute vrij kunt starten. Dit is vaak ook weer een psychologische vraag, hoe sterk voel je je en hoe zeker ben je er van dat je als enige of een van die twee boten op de meest ideale startplaats goed wegkomt? Is het lijnvoordeel aan een zijde van de startlijn 25 tot 30 graden of meer, dan is er weinig keus. Je moet dan aan de begunstigde zijde van de startlijn starten, ook al is het uit de tweede rij. Het verlies op de start is anders te groot.

Wijzen alle bovenstaande factoren niet op een begunstigde zijde van de startlijn of zijn ze tegenstrijdig, dan is op het midden van de lijn starten de beste oplossing. Je houdt dan nog alle opties open om de bakboord- of stuurboordzijde van het kruisrak te kiezen. Tevens kun je gebruik maken van de windschiftingen door er op te draaien.

Het moeilijke van het op het midden van de lijn starten is echter dat je voor de start moeilijk kunt bepalen hoever je nog van de lijn af bent. Bij de loef- of lijboei is dit veel gemakkelijker. Het gevolg is dan ook dat je vrijwel altijd ziet dat aan de uiteinden van de startlijn scherp wordt gestart terwijl de boten in het midden op het startschot nog een behoorlijk eind van de lijn verwijderd zijn. "Het doorhangen van de lijn" noemt men dit.

Te vroeg gestarte jachten vind je bij een indewindse start dan ook vrijwel altijd aan de uiteinden van de startlijn en zelden in het midden. Van deze gewoonte kun je echter ook profiteren: zorg er maar voor dat jouw boot als je in het midden start een halve lengte voor de andere boten uitsteekt. Je zit dan vrijwel altijd goed. Vooral als je zorgt dat je die halve lengte in de laatste paar seconden pakt. Mocht je te vroeg zijn gestart, wat overigens niet waarschijnlijk is, dan heeft het startschip er geen zicht meer op door de scherp startende zeiljachten aan de loef- en lijzijde van de startlijn.

Overigens is er nog een truk om indien je in het midden start te bepalen hoever je van de startlijn af ligt en dan bedoel ik niet door middel van peilingen op de wal, want dat is lang niet altijd mogelijk. Vrijwel iedere stuurman nadert de startlijn over bakboord en aan loef van zijn boot gezeten. Dat betekent dat hij de lijboei gemakkelijk over de boeg van de boot kan waarnemen. Om de loefboei te zien moet hij echter zijn nek verdraaien om over zijn rechter schouder te kijken. Dit heeft, hoe raar het ook mag klinken, al gauw tot effect dat je denkt dat je al op de lijn zit, terwijl je er in feite nog een behoorlijk stuk achter ligt. Leg je de boot daarentegen min of meer evenwijdig aan de lijn en ga je rechtop staan met je rug naar de lijzijde van de startlijn dan kun je door je hoofd iets naar links en iets naar rechts te draaien de merktekens van de startlijn duidelijk zien. Je zult dan in dezelfde situatie zien dat je nog een behoorlijk stuk achter de lijn ligt.

Maak verder voor jezelf ruimte op de lijn. Dit kun je doen door langzaam te loeven waardoor je de boten aan loef van je omhoog drukt. Daarna de boot weer iets af laten vallen en grootschoot en genuaschoot geheel uitvieren waardoor er geen boot vlak tegen je aan kan komen liggen aan je lijzijde. Zorg er verder voor dat je precies weet hoeveel tijd je nodig hebt om de boot op maximum snelheid te brengen onder de heersende omstandigheden. Als dat bijvoorbeeld 30 seconden is, zorg er dan voor dat je ook dertig seconden (of langer) voor het startschot begint met de boot op gang te brengen en dat je daar van tevoren de ruimte voor hebt gecre‰erd. Een boot aan lij vlak tegen je aan bijvoorbeeld kan hierbij behoorlijk hinderen. Houd verder in gedachten dat het er niet om gaat wie het eerst over de lijn gaat, maar wie zeg maar een minuut na de start in de gunstigste positie ligt.

Start met de kleinste boot aan loef

Als laatste nog een tip voor als je een indewindse start hebt in een veld met zeilboten van verschillend formaat. Als je zelf in een van de kleinere boten zeilt en er is geen dringende reden om anders te doen: start dan aan loef zodat je zo snel als mogelijk overstag kunt om vrije wind te zoeken. Dit om te voorkomen dat je in de vuile wind van oplopende grotere zeilboten terecht komt. Je kunt na een korte stuurboord slag direct weer overstag gaan en over bakboord gaan liggen. Deze actie bespaart je een hoop vuile wind en dus achterstand.

Meer basis wedstrijdzeilen: