Merktekens ronden

Merkteken ronden

Een merkteken van een zeilwedstrijd goed ronden is een kunst op zich. Het gaat er namelijk niet om wie het snelst en het dichts langs het merkteken zeilt, maar wie het eerst finisht. Het merkteken vormt namelijk wel het einde van een rak, maar is geen finish. Tevens is het merkteken het begin van een nieuw rak en dat is in feite veel belangrijker. De manier waarop je het merkteken rondt bepaalt namelijk in grote mate je uitgangspositie voor het volgende rak.

Of die uitgangspositie goed dan wel slecht is. Het best is dit te illustreren aan de hand van een aantal voorbeelden waarbij een onderscheid dient te worden gemaakt tussen situaties waarbij je geheel vrijliggend het merkteken rond of in gezelschap van andere boten.

Een feit is dat naarmate de boei dichterbij komt, het adrenaline gehalte in het bloed van de wedstrijdzeiler tot een grote hoogte stijgt. Er komt min of meer een waas voor zijn ogen, hij of zij kijkt niet meer vooruit, situaties die logischerwijs zullen gaan ontstaan worden niet meer van tevoren nuchter ingeschat en de waas voor de ogen voorkomt iedere objectieve beoordeling en tijdige beslissing. Na het ronden zakt de adrenaline, de waas trekt op en onze vriend bevindt zich in een uiterst beroerde positie, waarbij hij zich afvraagt hoe dat nu ooit heeft kunnen gebeuren. En denk nu niet dat gebeurt alleen bij beginners. Nee ook zeer ervaren en gerenommeerde wedstrijdzeilers gaan nog steeds bij het ronden van merktekens in de fout. Ga maar eens bij een benedenwinds merkteken kijken bij wedstrijden met grote velden of zelfs tijdens de Volvo Ocean Race in-port races. Je weet niet wat je ziet en...hoort! 

Een ding is echter steeds weer hetzelfde: degene die het hoofd koel houdt, logisch nadenkt en de situaties die gaan ontstaan van tevoren aan ziet komen, komt het beste rond de boei.

De ideale ronding van een merkteken

We gaan er vanuit dat er geen andere boten in de buurt zijn en er geen stroom staat, wat is dan de ideale manier van een boei ronden?

Om te beginnen is het belangrijk dat er zoveel mogelijk snelheid in de boot wordt gehouden. Dit houdt in geen extreme roeruitslag geven.

We moeten tijdens het ronden:

  • De snelheid tijdens het ronden opvoeren door te profiteren van de gunstigere invalshoeken van de wind tijdens het draaien.
  • Er voor zorgen dat direct na de ronding de boot in de meest gunstige uitgangspositie voor het nieuwe rak ligt.

Vaak voorkomende slechte rondingen zijn:

  1. Voor de wind vlak langs de boei zeilen waardoor er pas met draaien begonnen kan worden nadat de boei is gepasseerd. Hierdoor kom je meteen lager liggen in het nieuwe kruisrak dan boten die het merkteken wel goed ronden. Ook kost dit veel snelheid omdat er kort gedraaid wordt om niet nog meer hoogte te verliezen. Boten die een boei 'soepel ronden zullen tijdens het langzamere oploeven nog wat extra snelheid krijgen.
  2. Iets boven de gijpboei sturen waardoor je vlak voor de boei even voor de wind kan varen om te kunnen gijpen zonder dat de spinnaker inklapt. Direkt na het gijpen kan je dan oploeven en al op de nieuwe koers met volle spinnaker vlak langs de boei varen. Het lijkt goed, maar je kan pas met gijpen beginnen op het moment dat de boei gepasseerd is. Je moet dan een korte draai maken waardoor de boot afremt en de kans dat de spinnaker vol gehouden kan worden is dan uiterst klein. Bovendien is de kans groot dat de spinnaker tussen de mast en de voorstag waait. Maak gewoon een ruime bocht om de boei.
  3. Te scherp draaien om het bovenste merkteken. Rondt het bovenste merkteken met een ruime bocht waardoor de boot tijdens het langzamere afvallen accelereert in plaats van afremt. Tevens wordt de spinnaker gehesen terwijl de boot nog niet plat voor de wind ligt en de genua dus tijdens het hijsen nog mee blijft trekken. Hiermee voorkom je ook dat je snel wordt afgedekt.

Remmen is winnen

Hoe raar het ook klinkt, door voor een merkteken tijdig af te remmen valt er vaak veel te verdienen. Uiteraard gaat het hier niet om de situatie waarbij je geheel vrij van andere boten de boei rond maar om situaties waarbij je in gezelschap van andere boten het merkteken nadert. Twee voorbeelden:

  1. Stel je nadert als buitenste boot van een groep boten voor de wind het benedenwindse merkteken. Als je dan wat eerder de spinnaker wegneemt en daardoor de boot wat afremt dan kan je mooi aansluiten achter de binnenste boot. Vaak is het zo dat de binnenste boot vlak langs de boei zeilt en dus een slechte ronding maakt. Je kan dan zelf in het ontstane gat sturen en met snelheid aan het nieuwe kruisrak beginnen. De rest van de groep spinnakert tot het laatste moment fanatiek door en zijn in het kruisrak nog bezig de boel op te ruimen.
  2. Stel, je nadert het benedenwindse merkteken met vlak achter je een andere boot en op het moment dat je de cirkel van drie bootlengten vanaf de boei bereikt lig je vrij voor. Hij mag dus niet meer aan loef van je boord aan boord komen en om ruimte vragen. Als hij vlak achter je blijft varen krijg kan hij het ronden van de boei meteen weg draaien om vuile wind te vermijden. Als hijdat doet zal het moeilijk voor je zijn om meteen met hem mee te draaien en hem vast te houden omdat je dan waarschijnlijk zelf in de vuile wind komt te liggen; hij ligt dan immers in de gunstige lijpositie. Als je nu voor het bereiken van de boei iets afremt door middel van de spinnaker eerder weg te halen, de schoot te dicht te trekken of even met veel roeruitslag te loeven en weer af te vallen. dan komt het schip dat achter je voer, met meer snelheid opzetten en naast je. Aan loef kan dat niet omdat hij geen recht op ruimte heeft, dus moet hij aan lij boord aan boord komen. Hij moet jou nu ruimte geven en eindigt na het ronden van de boei in een situatie achter en onder je in je vuile wind. Om daar uit te komen kan hij twee dingen doen. Of een stuk afvallen waardoor je een grotere voorsprong op hem krijgt, of eerst een stukje afvallen en dan overstag gaan waardoor jij weer in de gelegenheid bent voor en boven hem te draaien en hem zodoende in je vuile wind te houden.

Dit zijn zo maar wat voorbeelden van situaties bij boeien waarin het even afremmen voor de boei winst oplevert. Er zijn natuurlijk nog legio voorbeelden te bedenken. Maar die zijn allemaal op dezelfde manier te benaderen en te beredeneren.

Waar het mij om gaat is er op te wijzen hoe belangrijk het is het hoofd koel te houden en van tevoren op een situatie in te spelen. Soms zie je situaties bij merktekens al een half rak van te voren aan komen.

  • Wind van achteren die door komt in een voordewindse rak waardoor het hele veld in elkaar loopt en tegelijk bij de benedenwindse merkteken aankomt.
  • Boten die aan de zijkant van het veld liggen voor de wind, maar die vlak voor het benedenwindse merkteken met veel snelheid komen aan-reachen.

Allemaal dingen die je aan kunt zien komen en waartegen je tijdig je maatregelen kunt nemen:

  • Zorgen dat je niet afgedekt wordt door een hele horde boten vlak voor het benedenwindse merkteken.
  • Dat je aan de binnenkant zit ten opzichte van het merkteken als het veld in elkaar schuift.

Gun je de tijd om situaties in te schatten en de juiste tactische beslissingen te nemen in plaats van alleen maar tot vlak naast de boei zo hard mogelijk te zeilen. Door de spinnaker twintig meter langer te laten staan win je misschien drie meter, maar door het merkteken niet goed te ronden verlies je er zo vijftig.

Vergeet in feite dat het merkteken het eind van een rak aangeeft maar realiseer je dat het de startlijn voor het volgende rak is. En zoals bekend is een goede start de halve wedstrijd.

Meer basis wedstrijdzeilen: