Trainen om zeilwedstrijden te winnen

Trainen is zoals bij iedere wedstrijdsport uitermate belangrijke om goede resultaten bereiken. We hebben het hier niet over de standaard zeilmanoeuvres die iedereen traint maar wel over een trainingsmethode die zeker een bijdrage levert aan je wedstrijdresultaten.

Anders dan bij andere snelheidssporten zoals hardlopen of wielrennen kun je bij het wedstrijdzeilen niet met een stopwatch in de hand controleren of er vooruitgang is geboekt. Evenmin is er een coach bij aanwezig die je exact vertelt wat te doen, of je moet al zo ver gevorderd zijn dat je meedoet aan de Olympische Spelen of het geluk hebben dat jouw klasse organisatie er één inhuurt.

Je zal dus samen met je bemanning en liefst nog een of meerdere zeiljachten een trainingsprogramma moeten opstellen.

Meestal zie je dat deze trainingen neerkomen op een flink aantal gijp en overstag manoeuvres en korte wedstrijdjes om het starten in te oefenen.

Op zich is daar helemaal niets op tegen maar daar ga je het niet mee redden in een competitief wedstrijdveld. Bij een echte serieuze training komt veel meer kijken.

Op een heel aantal onderdelen kun je trainen zonder dat je er andere boten bij nodig hebt. Voor een aantal andere onderdelen heb je een sparringpartner nodig.

Ik begin met de zaken die je kan trainen zonder tegenstander.

Van positie / functie wisselen

Er is een taakverdeling aan boord en iedereen weet wat er van hem of haar verwacht wordt bij een bepaald manoeuvre. Soms lijkt de functie van een ander bemanningslid een stuk eenvoudiger dan zijn eigen functie.

Wissel daarom eens van functie aan boord tijdens het trainen. Op die manier ga inzichten krijgen over de problemen die kunnen ontstaan bij andere posities aan boord. Ook krijgt de bemanning meer begrip voor elkaars werk waardoor het team hechter wordt. Tijdens een offshore zeilwedstrijd is het zeer belangrijk dat men elkaars taak gemakkelijk kan overnemen.

Oefenen in het donker

Maak een tekening met een plattegrond van alle bedieningslijnen, vallen en stoppers. Laat de hele bemanning die goed uit zijn hoofd leren en ga dan op een flink donkere avond varen.

Laat nu een heel aantal oefeningen zoals voorzeil- en spinnaker wissels, gijpen, reven, trimmen,... de revue passeren zonder dat er enig licht mag worden gebruikt. Uiteraard gaat het niet feilloos.

Doe dit net zo lang totdat alles feilloos gaat. Het doel van deze oefening is dat iedereen tenslotte alles uit het hoofd en op de tast kan vinden waardoor er niet naar hoeft te worden gekeken en de concentratie tijdens het spinnakeren of ander werk niet verstoord wordt.

Oefen op onverwachte omstandigheden

Oefen zeker op situaties waarbij manoeuvres bliksemsnel moeten uitgevoerd worden omdat er anders geen uitwijkmogelijkheid meer is.

Het is bijvoorbeeld een groot voordeel wanneer je direct na het strijken van de spinnaker strijken en het ronden van het benedenwindse merkteken in de gelegenheid bent om snel overstag te gaan.

Vaak zie je dat de spiboom pas na het benedenwindse merkteken wordt gestreken en er daarna aan de wind nog de nodige rondedansjes op het voordek worden uitgevoerd om alles op te ruimen.

Niettegenstaande dat dit voor de stuurman een vervelende situatie is omdat hij lang niet optimaal en geconcentreerd aan de wind kan zeilen heeft het nog een ander groot nadeel: je kan niet onmiddellijk overstag gaan. Dit om bijvoorbeeld voor een over bakboord liggend jacht uit te wijken, noch kun je met een boot achter je die draait meeklappen om je positie te verdedigen.

Train er dus eerst op dat de boot heel snel na het ronden van het benedenwindse merkteken klaar is om onmiddellijk overstag te gaan. Dit kan heel goed door een boei of paal te kiezen die vlak bij de wal of een steiger ligt. Een meter of twintig, vijfentwintig is meestal genoeg. Zeil plat voor de wind met de spinnaker op er naar toe en strijk de spinnaker op hetzelfde moment dat je dit bij een gewone benedenwinds merkteken zou doen. Dan aan de wind en ja....daar is de wal! Je moet overstag of je wilt of niet en of men nu klaar is of niet. De eerste keer zal het misschien best een puinhoop zijn aan boord maar het gaat steeds beter en misschien kom je wel tot de conclusie dat je de laatste 25 meter zonder spiboom kan zeilen of dat je de spinnaker wat eerder moet strijken.

Betonning als training

Gebruik de betonningsboeien van een vaarweg eens als merktekens van een baan. Het zijn korte rakken en je moet spinnaker strijken, gijpen en overstag gaan of je wilt of niet. Bij het trainen in deze manoeuvres op open water is de verleiding vaak groot om even te wachten tot na die vlaag of na die golf. Nu moet je net als in een wedstrijd. Als je dit een tweetal uur achter elkaar doet heb je echt een behoorlijke training gehad.

Trainen op concentratie

Concentratie training is één van de belangrijkste oefeningen die vrijwel door iedereen verwaarloosd wordt in de zeilsport.

Bij geen wedstrijdsport die ik ken speelt de concentratie van de deelnemers zo'n grote rol als bij het wedstrijdzeilen. Andere sporten zijn vaak een explosie en duren slechts enige minuten of zelfs minder (atletiek, zwemmen, skiën, hardlopen,....).

Bij wedstrijdsporten die langer duren is er meestal sprake van perioden waarin de concentratie even kan verslappen (bv. golf en wielrennen).

Tijdens een urenlange zeilwedstrijd dient de gehele bemanning echter steeds voor honderd procent geconcentreerd te blijven en dat terwijl er bij het zeilen enorm veel factoren zijn die de concentratie gemakkelijk verstoren. Niettegenstaande dat een bemanningslid dat niet geconcentreerd bezig is een mindere prestatie levert, verstoort hij of zij bovendien de concentratie van de anderen aan boord.

Hoe kun je daar nu op trainen? Om te beginnen is het daarvoor nodig een paar heel normale menselijke eigenschappen af te leren. Vergelijk het maar met de reactie van bovenop je rem gaan staan op een gladde weg, die je af moet zien te leren.

Realiseer je dat je voor een heel aantal dingen maar een zintuig tegelijk nodig hebt. Bijvoorbeeld iemand aan boord zegt iets tegen je. Om het te horen hoef je hem niet aan te kijken maar kun je gewoon naar je spinnaker blijven kijken. Om een lijn te pakken of aan een lier te draaien hoef je er niet naar te kijken. Je kunt ook naar de stand van het zeil dat je aan het trimmen bent blijven kijken. Dit is heel eenvoudig te trainen door tijdens het voor de wind varen af en toe eens een kreet te slaken zoals: "daar gaat er een plat" of "die boot achter ons gaat wel erg hard". Ik ben er zeker van dat de eerste keer bijna iedereen omkijkt. De opmerking is dan: ,,luisteren doe je met je oren en niet met je ogen!"

Uiteraard is het een kwestie van dit soort dingen doorspreken met de bemanning en het hoe en waarom er van uitleggen. Hoe onbeleefd het ook mag zijn op de wal om iemand die tegen je spreekt niet aan te kijken. Aan boord is het een noodzaak die aangeleerd moet worden. Anders krijg je het probleem dat bij alles wat er gezegd wordt aan boord iedereen automatisch met zijn werkzaamheden stopt en de spreker aankijkt. En dat was nu net niet de bedoeling.

Als je over bakboord aan de wind ligt roep dan ook eens verschrikt: "daar komt een boot over bakboord" en gooi de boot meteen overstag. Je merkt meteen of de bemanning alert is en adequaat reageert met betrekking tot het overstag manoeuvre. Tevens merk je meteen aan het al dan niet ontbreken van enige opmerkingen of men er wel besef van had over welke boeg je eigenlijk lag.

Oefen op pech

Pech is eigenlijk een woord dat in de vocabulaire van een wedstrijdzeiler niet voor mag komen. Om het er uit te verwijderen kunnen we een paar dingen doen. Ten eerste uiteraard het materiaal goed controleren om iedere kans op breuk uit te sluiten.

Maar stel dat er nu toch iets gebeurt (het kan ook door een aanvaring komen) wat zijn dan de reacties?

Meestal worden er eerst wat gevloekt en gescholden gevolgd door een algemene verslagenheid waarbij men zich pas na verloop van tijd gaat realiseren dat er iets aan te doen is. Er zijn dan al heel wat kostbare minuten verloren gegaan waarbij de boot stil ligt.

Oefen dus ook op dingen die mis of kapot kunnen gaan. Praat met de bemanning door wat iedereen te doen staat en in welke volgorde. Oefen ook eens op deze dingen.

Als iedereen weet hem te doen staat is het vaak snel opgelost of gerepareerd en kunnen de anderen ondertussen geconcentreerd verder zeilen in wedstrijdmodus.

Een genua kan ook aan een spinnakerval en andersom. Wie wie gaat er naar boven als er iets blokkeert boven in de mast? Zijn er reserve lierhendels en waar liggen die? Is er een extra genuaschoot aan boord? Waar liggen ze en wie pakt ze?

Train ook bij harde wind

Ga eens met echt harde wind zeilen en zet de spinnaker er dan ook eens op. Wat kan er gebeuren? Een paar keer uit je roer lopen? So what! Als je er nooit op traint en in de wedstrijd begint het hard te waaien dan voel je je erg onzeker. Bovendien is je bemanning dan ook niet tegen de situatie opgewassen en voelen zij zich bepaald niet gesteund door een onzekere stuurman. Ook dit is een van die belangrijke punten waar vrijwel niet op wordt getraind.

Standaard manoeuvres

Op standaard manoeuvres als overstag gaan, gijpen, een voorzeil of spinnaker wisselen wil ik verder niet ingaan. Dit zijn oefeningen die iedereen voor de aanvang van een wedstrijd nog eens kan inoefenen om even warm te draaien en iedereen weer in het vertrouwde ritme brengt.

Met twee boten trainen

Met twee of meer boten kun je weer op andere dingen trainen.

Naar mijn mening train je makkelijker en efficiënter met twee boten dan met meerdere. Ten eerste heeft dat het voordeel dat je af moet spreken en dat je ook moet komen opdagen als het weer eens wat minder aantrekkelijk is.

Heb je twee gelijke boten bij elkaar dan heb je tevens het voordeel dat je ideaal op snelheid kunt trainen. Een bepaalde discipline is hierbij onontbeerlijk. Laat een van de twee boten iets trimmen totdat hij harder gaat en dan aan de ander vertellen wat hij of zij getrimd heeft. De andere boot kan dit overnemen waarop beide boten weer even hard gaan. Vervolgens trimt de andere boot totdat hij weer wat harder gaat enz. Doe je dit niet en begint ieder voor zich in het wilde weg maar te trimmen dan loop je de kans dat je aan het eind van de dag allebei alleen maar langzamer gaat.

Ook kun je met twee boten goed uitvinden wanneer je nog onder iemand kan draaien zonder dat hij over je heen loopt. In een wedstrijd is het dan veel makkelijker in te schatten of je nog onder iemand kan draaien of dat je er maar beter achter langs kunt gaan.

Met twee gelijke boten kun je ook heel goed voor de start de gunstige zijde van het eerste kruisrak bepalen als die er is. Je begint op de plaats waar de startlijn komt te liggen waarbij de een over bakboord aan de wind gaat liggen en de ander over stuurboord. Je spreekt van te voren een tijd af, bijvoorbeeld tien minuten. Daarna gaan beide jachten overstag. Komt het ene jacht een heel stuk voor het andere uit dan herhaal je de oefening nog een keer waarbij het jacht dat eerst met de bakboordslag begon nu met de stuurboordslag begint. Als nu het andere jacht een heel stuk voorligt als de jachten elkaar weer kruisen dan zit er een goede kans in dat een zijde van het kruisrak begunstigd is. Probeer daarna samen te ontdekken waarom.

Train op je zwakke punten

Probeer na iedere wedstrijd te analyseren wat er fout ging. Lijst op waarom je niet gewonnen hebt maar ook als je wel gewonnen hebt en wat er nog beter kon.

Als je deze analyse objectief doet vind je vanzelf een aantal zwakke punten bij jezelf. Probeer dan de oorzaak te vinden waarom die onderdelen van de wedstrijd niet goed gaan. Besteed daarna tijdens de training extra tijd aan deze zwakke punten.

Natuurlijk zal niet iedereen op alle bovenstaande punten gaan trainen. Het kan gewoon een kwestie van geen zin of te weinig tijd zijn. Maar als je wel zin hebt en wel in de gelegenheid bent dan kunnen bovenstaande trainingsmethoden een belangrijke bijdrage zijn aan betere wedstrijdresultaten.

Meer basis wedstrijdzeilen: