Het voordewindse rak

Voordewindse rak

Tijdens het voordewindse rak kun je net zo goed als in een kruisrak van de windshifts en verschillen in windkracht gebruik maken. Goede wedstrijdzeilers halen veel eer uit een voordewinds rak, tenminste als deze loodrecht op de windrichting staat.

Optimale snelheid voor de wind

Eerst iets over de optimale snelheid voor de wind. Net als in een kruisrak bestaat er een optimale hoek ten opzichte van de windrichting waarbij de VMG (Velocity Made Good) of het snelheidscomponent plat voor de wind het grootst is.

Om de hoogste VMG te zeilen moet je een koers sturen die aanzienlijk afwijkt van de rechtstreekse koers naar het benedenwindse merkteken om daar het snelst te komen. Dit noemen we afkruisen.

De hoeken die je maakt tijdens het afkruisen ten opzichte van een plat voordewindse koers is hoofdzakelijk afhankelijk van:

  1. het type boot
  2. de windkracht
  3. de golfslag, waardoor je al dan niet kan surfen.

In het algemeen kun je stellen: hoe lichter en sneller de boot en des te minder wind, hoe meer je af moet wijken van een koers plat voor de wind. Catamarans en snelle zwaardboten zoals een 49er leggen het voordewindse rak met licht weer het snelst af door meer dan 45 graden af te wijken van een plat voordewindse koers. Naarmate het harder gaat waaien wordt deze hoek verkleind.

S spant ontwerpen of zware platbodems hoeven daarentegen met lichtweer maar weinig van hun plat voordewindse koers af te wijken en kunnen zodra het een beetje door gaat waaien het gunstigst een koers bijna plat voor de wind varen.

Voor iedere zeilboot en zeilgarderobe is een diagram te maken voor een bepaalde windkracht waaruit af te lezen valt wat de gunstigste hoek is voor de wind. Zeiljachten die een ORC meetbrief hebben krijgen zo'n snelheidsdiagram meegeleverd.

Veel gijpen

Onwillekeurig gijpen moet zoveel mogelijk vermeden worden, dit lijdt enkel tot een lagere VMG. Het gijpen op windshifts in een voordewinds rak is echter net zo belangrijk als het overstag gaan op windshifts in een kruisrak.

Tactiek bij ruime koersen

De tactiek bij ruime koersen en de te verwachten wijzigingen in windkracht en windrichting is een heel ander verhaal dan de optimale VMG zeilen.

Tactiek bij windkracht wijziging

Is het rak niet plat voor de wind maar komt de wind iets schuin van achteren in, dan moeten we weten of de wind naar alle waarschijnlijkheid zal toe- of afnemen.

Is de wind afnemend ga dan eerst een ruimere koers voor de wind zeilen. Dit heeft twee voordelen:

  1. dat je langer druk houdt
  2. dat je in de tweede helft van het rak als de wind afneemt een hogere koers kan zeilen om de bootsnelheid te behouden.

Verwacht je dat de wind toeneemt, zeil dan eerst wat hoger. Je krijgt de toenemende wind dan het eerst en kunt tevens in de toegenomen wind makkelijk wat lager gaan zeilen.

Tactiek bij windrichting wijziging

Als het voordewindse rak plat voor de wind is en het maakt niet uit of je over bakboord of stuurboord gaat liggen, probeer dan te beredeneren of de wind zal gaan draaien en zo ja welke kant op.

Als je verwacht dat de wind zal gaan ruimen begin dan met over bakboord te gaan liggen. Op het moment dat de wind ruimt kun je gijpen en over stuurboord naar de boei toe reachen. Degene die over stuurboord is begonnen moet op het moment dat de wind ruimt nog steeds plat voor de wind naar de onderboei toe.

Uiteraard komt ook vaak genoeg de situatie voor waarbij je geen aanwijzingen hebt of de wind zal toe- dan wel afnemen, noch of de wind gaat ruimen of krimpen. Zijn er in zo'n geval geen andere boten in de buurt dan is het meestal het veiligst om in de buurt van de rhumb line de optimale hoek voor de wind te sturen en op de windschiftingen te gijpen. Komt er dan een verandering in windkracht of -richting dan ben je niet verloren. Zitten er andere boten vlak voor je of vlak achter je dan is het verstandig direct bij het ingaan van het voordewindse rak aan die zijde van de rhumb line tegenover andere boten een positie te kiezen dat je bij het benedenwindse merkteken recht op ruimte hebt als je er met meerdere boten tegelijk aan komt.

Tactiek bij vlagen en golven

Vlagen en golven hebben invloed op de optimale hoek die je voor de wind kan zeilen.

De vlagen:

In het algemeen kun je als de wind toeneemt lager gaan sturen. Bij vlagerig weer is het dan ook een kwestie van veel sturen. In de vlagen afvallen en tussen de vlagen wat opsturen om aan de optimale snelheid (VMG) voor de wind te komen. Uiteraard kan dit met harde wind bij zeiljachten die de neiging hebben snel te gaan rollen wel eens een probleem geven omdat hiermee het rollen tegelijk bevordert wordt. Het wordt in dat geval vaak een kwestie van een compromis.

De golven:

Als golfhoogte en windkracht zodanig zijn dat er gesurft kan worden treden er nog andere effecten op.

Als niet plat voor de wind gezeild wordt komt op het moment dat de boot begint te surfen door de grote snelheidstoename de schijnbare wind een stuk scherper in. Tijdens de surf kan dan ook een flink stuk lager gestuurd worden, mits op het moment dat de boot begint af te remmen weer wordt opgeloefd.

Zijn de golven redelijk hoog en de wind niet te hard dan gebeurt het ook dat de snelheid van de boot tijdens de surf gelijk aan- of hoger dan de windsnelheid is. Hierdoor wordt de schijnbare wind nul of komt zelfs recht van voren in. Op die momenten kan er nog een stuk lager worden gestuurd, in feite een stuk over de gijp heen. Het voordeel hiervan is dat er flink extra laagte wordt gewonnen en dat de boot langer blijft surfen omdat er iets schuin van de golf wordt afgegleden in plaats van recht voor de golf uit. Dit over de gijp van een golf afglijden wordt nog vergemakkelijkt door de boot flink naar loef te laten hellen waardoor vrijwel geen roeruitslag hoeft te worden gegeven en de romp zijn maximale snelheid haalt.

Tactiek bij aanvallen en verdedigen

Voor de wind zijn er twee bekende tactieken. Een om aan te vallen: het afdekken. Een om te verdedigen: het loeven. Ik kan daarover alleen maar zeggen: Gebruik ze zo weinig mogelijk!

Afdekken lijkt heel leuk, maar wat gebeurt er in de praktijk? De boot die afgedekt wordt zal meestal wat oploeven of afvallen om vrije wind te krijgen. Blijf je hem dan volgen dan wijk je behoorlijk van je optimale koers af, wat ten koste van je positie ten opzichte van de andere boten in het veld gaat. Het heeft dan ook alleen maar zin als het vlak voor een merkteken gebeurt en je zodoende nog net ruimte (voorrang) kan krijgen of indien de voorliggende boot een directe tegenstander in het klassement is in een van de laatste wedstrijden.

Als je iemand toch door middel van afdekken wilt passeren realiseer je dan dat dat alleen zin heeft als je tot vlak op zijn spiegel vaart en dan gijpt. Gijp je niet weg en probeer je hem aan loef te passeren dan zal hij ongetwijfeld gaan loeven waardoor je en er niet langs komt en je een hoop afstand op je andere tegenstanders verspeelt.

Loeven heeft voor een boot die voorop ligt alleen maar zin als hij door middel van kort te loeven zijn tegenstander er vanaf kan laten zien verder nog te proberen aan loef te passeren. Gaat de loefpartij langer door dan kan hij zijn directe tegenstander er achter houden (mits deze niet sneller is) maar wordt hij aan lij vaak tegelijkertijd door diverse andere tegenstanders gepasseerd.

Het is enkel zinnig om te loeven indien er een gesloten rij boten van achteren komt opzetten. In dat geval wordt je wel gedwongen omdat zodra er één passeert aan loef en je wind wegneemt de hele rij er langs komt.

Als je van achteren komt en je wilt aan loef passeren heeft dat alleen zin als je echt wat sneller bent. Pak dan bovendien ruim van tevoren wat extra hoogte zodat het voor de boot aan lij moeilijk wordt even snel naar je toe te komen om te gaan loeven. Tevens zal de boot aan lij niet zo gauw geneigd zijn te gaan loeven omdat hij geen afdekking (lees: vuile wind) van je te vrezen heeft op die afstand.

Vrijwel kansloos ben je als je iemand eerst tot vlak op zijn spiegel zeilt en dan aan loef probeert te passeren.

Wel of geen spinnaker / gennaker?

Als de spinnaker of gennaker erop moet volgens het VPP diagram dan moet hij gehesen worden want dat scheelt aanzienlijk in snelheid. Maar wanneer heeft het nog zin en wanneer niet meer?

Om te beginnen hoe scherp is het ruime rak ten opzichte van de wind. Een redelijke maatstaf is dat wanneer de wind dwars of ruimer in komt een spinnaker of gennaker voordeel biedt. Een uitzondering hierop is wanneer de boot teveel helt. Ook al komt de schijnbare wind ruim genoeg in, als de helling te groot wordt is een spinnaker of gennaker niet effectief meer. Je snelheid gaat omlaag en je loopt namelijk teveel kans om uit het roer te lopen omdat de rompvorm in het water teveel wijzigt.

Soms is er sprake van een grensgeval. Zonder spinnaker ligt de boot redelijk recht en zou er nog wel wat meer zeil op kunnen. Met spinnaker helt de boot teveel en dreigt steeds uit het roer te lopen. Een oplossing is dan wel de spinnaker te zetten maar grootschoot en...giekneerhouder helemaal op te vieren waardoor helling en roerdruk nog net acceptabel zijn.

Een reden om geen spinnaker te zetten op het voordewindse rak kan te veel wind zijn. Dit is echter een zeer subjectieve reden. In vrijwel alle gevallen kunnen boot en spinnaker het wel aan en is het puur afhankelijk van de kunde en ervaring van stuurman en bemanning. In zo'n geval is het een afwegen van risico en wat je er mee kunt winnen of verliezen. Lig je ver voor neem dan zo min mogelijk risico en zet hem niet. Je hebt dan trouwens een goede kans dat de boten achter je hem ook niet zetten. Doen ze dat wel dan kun je hem altijd nog zetten als ze te dichtbij komen. Lig je niet voorop dan kun je alleen maar naar voren komen door hem wel te zetten en te hopen dat er op de boten voor je iets fout gaat. Jij hebt niets te verliezen, de boten voor je wel.

Meer concentratie

Een voordewinds rak is in feite ook een kruisrak. Net als aan de wind is er ook hier sprake van een optimale hoek ten opzichte van de wind voor de hoogste VMG, van kruisen en van tactiek. Alleen heet het hier geen overstag gaan, maar gijpen. En een alerte bemanning kan hier ook veel winst halen door op windshifts te letten. Het enige verschil is dat de bemanning in plaats van naar voren, naar achteren moet kijken. En niet vergeten dat tactische fouten op het voordewindse rak veel meer doorrekenen. Je zeilt namelijk met de wind mee en je komt daardoor minder windshifts tegen.

Meer basis wedstrijdzeilen: