De Royal Scarphout Yachtclub heeft van 23 tot en met 25 mei 2026 de Copper Cup georganiseerd, een gecombineerde regatta voor de Snipe-, Fireball- en Finn-klassen. Drieënvijftig boten uit zes landen zakten af naar Blankenberge voor een Pinksterweekend dat tegelijk dienstdeed als Belgisch kampioenschap voor Snipe en Fireball. Voor de drie zwaardbootklassen betekende dit evenement een historische terugkeer naar Blankenberge – meer dan vijfentwintig jaar geleden vond er voor het laatst een wedstrijd voor deze klassen plaats in de West-Vlaamse badstad.
De keuze voor Blankenberge volgt op een ingrijpende beslissing van de Royal North Sea Yacht Club in Oostende, die medio oktober 2025 aan alle zwaardbootklassen liet weten geen wedstrijden meer voor hen te zullen organiseren. Ook Ostend Sailing op de Oosteroever toonde geen interesse om die rol over te nemen. De Snipe-, Fireball- en Finn-klassen zochten daarop een nieuwe uitvalsbasis langs de Belgische kust en vonden die in Blankenberge, dat met slipways vlak bij de haveningang logistiek het meest geschikt bleek.
Onder de vleugels van de Royal Scarphout Yachtclub – die al jaren onder de noemer Blanksailing samenwerkt met de twee andere Blankenbergse clubs VNZ en VVW voor clubwedstrijden met jachten – en met de steun van het stadsbestuur, kreeg de Copper Cup vorm. Dirk Sledsens was de inspirator en spil achter het evenement: hij verzorgde de volledige administratie, bracht ploeg en materiaal bijeen, nam het scoren voor zijn rekening en zetelde in de jury. Op het water werd het wedstrijdcomité geleid door Tomi Neuman. Het internationale deelnemersveld bracht zeilers uit zeven nationaliteiten naar de Belgische kust: 23 Snipes uit België, Groot-Brittannië, Duitsland en Polen, 19 Finns uit België, Groot-Brittannië en Nederland en 11 Fireballs uit België en Frankrijk.

Nieuwpoort als alternatief verliest terrein: zorgen om stroming bij de stormvloedkering
Met het wegvallen van Oostende bleef Nieuwpoort op papier de meest evidente alternatieve locatie aan de Belgische kust, maar binnen de zwaardbootklassen leeft de bezorgdheid dat de havengeul niet langer een evidente uitvalsbasis vormt voor kleine, lichte boten. De bouw van de stormvloedkering heeft de stroomprofielen aanzienlijk veranderd, en in zeilkringen weerklinkt steeds vaker de vraag niet of, maar wanneer zich een ernstig incident met een zwaardboot zal voordoen.
Het agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) liet de nautische impact doorrekenen en kwam tot stroomsnelheden boven drie knopen tijdens 0,7 procent van het vaarseizoen, of 2,1 procent na uitbreiding van de jachthaven. De vraag binnen de zeilgemeenschap is echter of die drempel van drie knopen wel het juiste ijkpunt is: zelfs een stroming van twee knopen kan in een nauwe doorgang (33 meter) met een vloot van lichte zwaardboten al voor moeilijk beheersbare situaties zorgen, zeker wanneer wind en getij elkaar tegenwerken.
Voor de zwaardbootklassen blijft de optelsom van getij, stroming en kwetsbaarheid van kleine boten echter een gevoelig dossier. Daarmee verschoof de feitelijke keuze quasi onvermijdelijk richting Blankenberge, waar de slipways vlak bij de haveningang liggen en de stroming in de toegang aanzienlijk gematigder is.
Drie wedstrijddagen met grillige wind en zomerse omstandigheden
Het Pinksterweekend startte rustig. Zaterdag liet de wind het volledig afweten en kon er geen enkele wedstrijd gevaren worden. De deelnemers benutten de ongeplande vrije dag, en ’s avonds zakten de zeilers af naar het clublokaal van de Vrije Noordzeezeilers voor het gezamenlijke groepsdiner – een gelegenheid die de internationale ploegen toeliet om elkaar in een ontspannen sfeer te leren kennen.
Zondag bracht de gewenste omstandigheden. Na een uur uitstel ontwikkelde zich een zeebries van 10 tot 16 knopen, waarmee het wedstrijdcomité vier reeksen wist af te werken. De zomerse omstandigheden zorgden voor strakke baanwedstrijden in alle drie de klassen en gaven de internationale vloot de gelegenheid om de Belgische kustwateren in optimale condities te bezeilen.
Maandag verliep gelijkaardig. Na twee uur uitstel kwam een noordoostelijke wind van gemiddeld 10 knopen door, goed voor twee bijkomende wedstrijden. Op het einde van de tweede zeildag stond de teller op zes gevaren reeksen – voldoende om de Belgische titels in Snipe en Fireball geldig toe te kennen en om in elke klasse een verdiend podium af te leveren.
Twee Belgische kampioenen en een internationaal Finn-podium
In de Snipe-klasse pakten Jan Peeters en Nathalie Janssens de Belgische titel. Manu Hens en Alexandre Tinoco eindigden op de tweede plaats, voor het duo Sam en Daan Vandormael op de derde stek.
Bij de Fireballs kroonden Bart Meynendonckx en Francis De Roeck zich tot Belgisch kampioen. De Franse equipe Jean-Baptiste Gueniffet en Jean Robillard pakte zilver, terwijl Hans en Jules Orlent het podium completeerden.
In de Finn-klasse – waar geen Belgische titel op het spel stond – bevestigde Sébastien Godefroid zijn klasse door de overwinning op te eisen. De Brit John Greenwood werd tweede, Sigurd Vergauwe maakte het podium compleet op de derde plaats.
Snipe
| Plaats | Team |
|---|---|
| 1 (BK) | Jan Peeters – Nathalie Janssens |
| 2 | Manu Hens – Alexandre Tinoco |
| 3 | Sam Vandormael – Daan Vandormael |
Fireball
| Plaats | Team |
|---|---|
| 1 (BK) | Bart Meynendonckx – Francis De Roeck |
| 2 | Jean-Baptiste Gueniffet – Jean Robillard (FRA) |
| 3 | Hans Orlent – Jules Orlent |
Finn
| Plaats | Zeiler |
|---|---|
| 1 | Sébastien Godefroid |
| 2 | John Greenwood (GBR) |
| 3 | Sigurd Vergauwe |
De volledige uitslag is raadpleegbaar via bit.ly/coppercup2026.
Internationale waardering en opbouwende feedback uit de vloot
De reacties na afloop waren overwegend positief en kwamen uit verschillende hoeken van de internationale vloot. Op de WhatsApp-groep van het evenement bedankte de organisatie de lokale clubs, de klassen, het wedstrijdcomité en de jury, de stad Blankenberge, de sponsors en bovenal de zeilers zelf. Thie den Hartigh vatte het gevoel kernachtig samen:
“Champagne weer, champagne organisatie zowel als shore als offshore en champagne strijd en terechte champions. Merci. COPPER 2026 ia een grand cru jaar.”
Deborah Marshall sprak haar waardering uit voor het vele werk dat in het evenement was gestoken en kondigde aan terug te willen komen om de competitie aan te gaan. Karol bedankte vanuit Polen uitdrukkelijk de Snipe-klassegemeenschap voor het geslaagde evenement.
Vanuit de Finn-klasse kwam een uitvoerige terugkoppeling. De vertegenwoordiging van de klasse benadrukte dat elke Finn-zeiler het weekend als fantastisch had ervaren. Met name de beslissingen over uitstellen of het water opgaan werden geprezen: het wedstrijdcomité haalde volgens de Finn-zeilers telkens het maximum uit de beschikbare wind. Tomi Neuman, die het wedstrijdcomité op het water leidde, kreeg een persoonlijke vermelding voor de zo goed als perfecte organisatie.
Enkele opbouwende kanttekeningen werden eveneens meegegeven. De pin-end van de startlijn werd bij momenten als te bevoordeeld ervaren, met als suggestie om een tweede ILM aan de pin-end te leggen, hoger dan de oranje vlag op de pin-end-startboot, om onverwachte bakboord-stuurboordsituaties vlak na de start te beperken. De gebruikte slipway werd door velen als te steil bevonden, waarbij bij laagwater de wachtsteiger snel volliep. Een voorstel om in de toekomst stickers met zeilnummer op de strandkarren te voorzien moet helpen om het uit het water halen vlotter te laten verlopen. Een officiële aftermovie van Sirus Art wordt later deze week verwacht.
Over de Copper Cup
De Copper Cup is een gecombineerde regatta voor de klassieke zwaardbootklassen Snipe, Fireball en Finn. Het evenement brengt traditioneel internationale teams samen aan de Belgische kust en geldt in de zwaardbootwereld als een vaste afspraak op de wedstrijdkalender.
Na het wegvallen van Oostende als organiserende haven keert de regatta met de editie 2026 terug naar Blankenberge, een locatie die de zwaardbootklassen meer dan een kwart eeuw geleden voor het laatst hadden aangedaan.
De combinatie van een vlot toegankelijke slipway, de logistieke steun van de Royal Scarphout Yachtclub en de Blanksailing-samenwerking tussen de drie Blankenbergse clubs Scarphout, VNZ en VVW maakte de heropstart mogelijk.
