De voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland heeft vrijdag 17 juli het besluit van de IFKS opgeschort om schipper Luuc Elzinga voor vijf jaar uit het lidmaatschap te ontzetten. Daarmee kan de schipper van het afgekeurde skûtsje Ut en Thús over twee weken alsnog aan de start verschijnen bij de IFKS Kampioenschappen, die in de eerste week van augustus worden verzeild. Volgens de rechter zijn de redenen voor het royement niet duidelijk en kunnen er vraagtekens worden gezet bij de hele gang van zaken binnen de vereniging. De IFKS mag bovendien geen niet-onderbouwde mededelingen meer doen over Elzinga en draait op voor de proceskosten.
Het vonnis is het voorlopige sluitstuk van een conflict dat de Friese skûtsjewereld al sinds februari in zijn greep houdt. Elzinga liet zijn Jirnsumer wedstrijdskûtsje Ut en Thús (1910) ingrijpend restaureren, waarna 36 schippers en leden een brandbrief naar het IFKS-bestuur stuurden. De Commissie Technische Zaken (CTZ) concludeerde na een controle dat het schip onrechtmatig was verbouwd: het middenschip bleek vrijwel volledig nieuw en op moderne wijze gelast in plaats van geklonken. Het bestuur sloot het schip uit van deelname.
Elzinga stelde daar tegenover dat CTZ-voorzitter Walle Hoekstra vooraf schriftelijk en punt voor punt akkoord had gegeven op de werkzaamheden, en eiste conform de statuten arbitrage. Die arbitrage strandde: de ad-hoccommissie gaf op 20 mei de opdracht terug omdat partijen het niet eens werden over een gezamenlijke vragenlijst. Nog diezelfde dag besloot het IFKS-bestuur Elzinga voor vijf jaar te royeren. In de motivering voerde het bestuur vier redenen aan: het moedwillig demonteren van een wedstrijdskûtsje, het schenden van de Omschrijving Scheepsuitrusting, het niet meewerken aan de arbitrage en intimiderend gedrag.
Geen hoor en wederhoor en onduidelijke verwijten
De voorzieningenrechter maakt korte metten met die onderbouwing. Ontzetting uit het lidmaatschap is volgens de rechter een zwaar middel dat alleen mag worden ingezet als een lid in strijd handelt met statuten, reglementen of besluiten, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt. Van het orgaan dat zo’n ingrijpend besluit neemt, mag worden verwacht dat het de zienswijze van het betrokken lid in de besluitvorming betrekt. Dat is niet gebeurd: nergens blijkt dat Elzinga over de verwijten van de mislukte arbitrage en de vermeende intimidatie door het bestuur is gehoord. Na het stranden van de arbitrage werd direct overgegaan tot royement.
Ook inhoudelijk schieten de verwijten volgens de rechter tekort. Uit het besluit blijkt niet duidelijk met welke bepalingen Elzinga in strijd zou hebben gehandeld, en onduidelijk is wat wordt bedoeld met handelen “in strijd met de cultuur historie”. Cruciaal is het oordeel dat Elzinga mocht vertrouwen op de uitlatingen van de CTZ-voorzitter. Als de verstrekte informatie onvoldoende was, had het volgens de rechter op de weg van die voorzitter gelegen om vooraf om meer detail te vragen. Evenmin is gebleken dat met Elzinga is besproken wat hij moest doen om alsnog aan de regels te voldoen, of dat hem is verteld dat zijn handelen tot royement kon leiden.
Het verwijt van intimidatie sneuvelt eveneens. Het eisen van een besluit of het vragen om een handtekening onder een verklaring is op zichzelf geen intimiderend gedrag, oordeelt de rechter, net zomin als een dringend verzoek om de werkplaats te verlaten. Waarom het gedrag van een bemanningslid tijdens de ledenvergadering aan de schipper zelf zou moeten worden toegerekend, is de rechter evenmin duidelijk. Ook van de mislukte arbitrage valt Elzinga volgens het vonnis geen verwijt te maken: de arbitragecommissie eiste om onduidelijke redenen een gezamenlijke vraagstelling, terwijl de statuten dat nergens voorschrijven en de IFKS niet eens over een arbitragereglement beschikte.
Tipgever in de controlecommissie en een peiling die er niet had mogen zijn
Het vonnis legt daarnaast twee pijnlijke procedurele feiten bloot. De inspectie van de Ut en Thús werd ingesteld na een tip van een aantal schippers, waarna één van die tipgevers zelf deelnam aan de controlecommissie. Dat wringt dubbel, want volgens artikel 16 van de eigen IFKS-statuten mogen schippers helemaal geen deel uitmaken van de controlecommissie.
Ook de peiling over het royement tijdens de algemene ledenvergadering van 27 maart kan de toets niet doorstaan. Dat besluit is statutair voorbehouden aan het bestuur, terwijl andere leden volgens de rechter belang kunnen hebben bij de ontzetting “doordat daarmee een concurrent kan worden uitgeschakeld”. Dat de IFKS bovendien weigerde om de schriftelijke reactie van Elzinga voorafgaand aan die vergadering onder de leden te verspreiden, telt de rechter mee in het oordeel dat van deugdelijk hoor en wederhoor geen sprake was.
Opvallend is dat de IFKS nog probeerde het kort geding te blokkeren met een beroep op de eigen arbitrageclausule, die de burgerlijke rechter uitsluit. De voorzieningenrechter veegde dat verweer van tafel: er was op dat moment geen arbitragecommissie en geen reglement, en de eerdere arbitragepoging was al mislukt. Arbitrage onder die omstandigheden is “niet een voorspelbare en robuuste route” gebleken, aldus het vonnis, terwijl Elzinga met het kampioenschap voor de deur een evident spoedeisend belang had.
Wat de rechter toewees – en wat niet
De opschorting van het royement betekent dat Elzinga per direct al zijn lidmaatschapsrechten weer kan uitoefenen, inclusief deelname als schipper aan IFKS-wedstrijden. De rechter verbiedt de IFKS en haar bestuur bovendien om niet-onderbouwde mededelingen over Elzinga te doen, op de website, richting de leden, tijdens vergaderingen of in de media. De vereniging wordt veroordeeld in de proceskosten van 1.862,02 euro.
Niet alles werd toegewezen. De geëiste rectificatie op de IFKS-website wees de rechter af als onvoldoende onderbouwd, al gaat het vonnis er wel van uit dat de IFKS zelf een bericht plaatst dat het eerder gepubliceerde royement is opgeschort. Ook de gevorderde dwangsom van 10.000 euro per dag sneuvelde: die past volgens de rechter niet binnen een verenigingsverband, en de IFKS gaf aan het vonnis hoe dan ook na te leven. De opschorting van de arbitrageprocedure zelf werd evenmin toegewezen, omdat Elzinga die beroepsgang nu juist zelf had ingeroepen.
Belangrijk voor wie de zaak volgt: dit is een voorlopig oordeel in kort geding. De voorzieningen gelden zolang er niet in een bodemprocedure of door de inmiddels benoemde arbitragecommissie anders is beslist. Wel acht de rechter het “voldoende aannemelijk” dat ook de bodemrechter of arbitragecommissie het royementsbesluit vernietigbaar zal achten.
Kritiek op bestuur, reglementen en onafhankelijkheid arbitrage
Binnen de vereniging klonk al langer kritiek op de gang van zaken. Opgestapt CTZ-voorzitter Walle Hoekstra sprak begin juli in de Leeuwarder Courant van een hetze tegen Elzinga en noemde het royement buitenproportioneel. Volgens Hoekstra zoeken alle schippers in de vloot de grenzen op: “Alle skûtsjes binne oanpast.” Een ingewijde stelde in dezelfde krant dat alleen al op het punt van rompbreedte zo’n 80 procent van de vloot niet aan de Omschrijving Scheepsuitrusting zou voldoen. Een speciale commissie licht momenteel alle statuten en reglementen van de IFKS door.
Ook over de onafhankelijkheid van de nieuwe arbitragecommissie is discussie. In een ingezonden opiniestuk op Brekt.nl betoogt Jelte Boersma, die naar eigen zeggen de arbitragewereld bij het Nederlands Arbitrage Instituut en het Watersportverbond goed kent, dat onafhankelijke arbitrage niet kan bestaan “als het bestuur overal middenin zit”, en dat de leden van de commissie worden voorgedragen door een bestuur dat zelf partij is in het geschil. Opmerkelijk detail: de kritiek op de bestuursstructuur van de IFKS is niet nieuw. Al in 2015 concludeerde het interne onderzoeksrapport “IFKS Troch de wyn” dat de organisatie een chaos was, dat beroepsprocedures onvoldoende waren geregeld en dat de arbitragecommissie beter kon worden afgeschaft. Met die aanbevelingen is destijds weinig gedaan.
“We moeten zeilen!”
Elzinga liet na de uitspraak aan Omrop Fryslân weten dit seizoen te willen deelnemen met een ander skûtsje, de Vrouwe Christina – het schip uit 1915 dat hij eerder dit jaar al mocht lenen van de familie Haverhoek uit Zwolle. “We moeten zeilen!”, was zijn korte reactie. IFKS-voorzitter Jaap Jelle Feenstra zei het besluit van de nieuwe arbitragecommissie af te wachten, die op de ledenvergadering van 10 juli werd benoemd: “Het is voor iedereen het beste als er zo snel mogelijk een besluit komt.”
Over de IFKS Kampioenschappen
De Iepen Fryske Kampioenskippen Skûtsjesilen (IFKS) organiseert sinds 1982 het open Friese kampioenschap voor skûtsjes, de historische Friese vrachtschepen die tussen 1895 en 1939 werden gebouwd en tegenwoordig als wedstrijdschip worden gezeild. Ruim zestig skûtsjes komen uit in meerdere klassen, met de A-klasse als hoogste niveau. Het kampioenschap wordt jaarlijks in de eerste week van augustus verzeild op de Friese wateren, met Lemmer als traditioneel decor van de slotwedstrijden, en trekt samen met het SKS-kampioenschap tienduizenden toeschouwers naar de oevers.
© Foto: ThomasVaer/Tom Coehoorn
